Neem contact met mij op »

De jas aan de kapstok

 

Anne is de moeder van Marieke, die in groep 7 zit van de basisschool in het dorp. Anne probeert op een liefdevolle en bewust positieve manier moeder te zijn. Ze wil dat Marieke opgroeit in een omgeving waarin vertrouwen centraal staat. Sinds een half jaar mag Marieke daarom zelf op de fiets naar school. Anne heeft veel met haar geoefend en Marieke fietst inmiddels verantwoord en zelfstandig. De route gaat grotendeels over fietspaden, wat Anne een gerust gevoel geeft.

Wanneer Marieke thuiskomt, zorgt Anne er altijd voor dat haar werk — ze werkt regelmatig thuis — even op pauze staat. Ze wil er graag echt voor Marieke zijn. Een glas drinken, iets lekkers erbij, een warm welkom.

Ook vanmiddag wacht ze rustig tot Marieke thuiskomt. Buiten regent het. Anne vindt het jammer dat Marieke door die regen naar huis moet. Ze is ook wat later dan anders. Hopelijk is alles goed gegaan.

Dan ziet ze haar aankomen. Wat rijdt ze hard! Marieke stormt naar binnen, laat de deur met een klap dichtvallen, rent de woonkamer in en gooit haar tas op de grond. Haar natte jas belandt over een stoel. Met rode wangen staat ze te springen van opwinding. Anne ziet de moddersporen op de vloer verschijnen. Marieke roept: “Mama, weet je wat er is gebeurd… de meester… iedereen…”

Maar voordat Marieke haar verhaal kan afmaken, schiet Anne in een automatische reactie: “Marieke, kijk eens wat je doet! Waar hoort je jas? En je schoenen… je laat een heel spoor achter, het regent buiten! Zet je schoenen op het rekje, je jas aan de kapstok en leg je tas even op het plankje. Ik maak de vloer schoon, dan kun je zo je verhaal doen.”

Drie minuten later zit Marieke rustig aan haar koek te knabbelen. Anne vraagt: “Wat wilde je net vertellen? Je was er zo vol van.” Marieke haalt haar schouders op: “O, laat maar.” Anne probeert het nog eens: “Je had het over de meester?” Marieke: “Ik zei toch, laat maar.”

De jas hangt op de kapstok…..

maar dan voelt Anne dat bekende knagende gevoel. Ze bereidt alles zo zorgvuldig voor, ze wil het zo graag goed doen.

Wat gebeurt hier eigenlijk? Gaat het om goed of fout? En wat is dan precies goed of fout? Anne doet haar uiterste best om alles goed te doen. En Marieke? Doet zij het dan fout? Ze wil zo snel mogelijk haar verhaal aan haar moeder vertellen. Is dat verkeerd?

Nee, ik denk dat ze allebei heel goede intenties hebben. Ze verlangen naar elkaar. Alleen lukt het op dat moment niet om echt verbinding te maken.

 

Ik moet daarbij denken aan tandwieltjes die elkaar nodig hebben om een klok te laten lopen. Als er één tandwiel mist, staat de klok stil: de verbinding is verbroken. Dat gebeurt in het dagelijks leven ook vaak. We willen graag dat de klok van ons leven goed loopt. Als hij stil staat, bestempelen we dat al snel als “kapot” of “niet goed”. Maar wanneer we ín de klok kijken, zien we misschien dat een tandwieltje niet helemaal op zijn plek zit. We zetten het terug, en zie daar: de klok loopt weer.

Zo kunnen we ook naar de situatie tussen Anne en Marieke kijken. We kunnen zeggen: “Dit gaat niet goed.” Maar zodra we inzicht krijgen in de emoties en behoeften die eronder liggen, begrijpen we waarom er gebeurt wat er gebeurt.

Welke emoties en behoeften zien we?

· Marieke is opgewonden. Ze heeft iets intens beleefd en wil dat graag met haar moeder delen. Haar behoefte is: gehoord worden.

· Anne reageert op het onstuimige gedrag van haar dochter en voelt zich geschokt en geïrriteerd. Haar behoefte kan zijn: orde, netheid en rust.

· Later, aan tafel, wil Marieke niet meer vertellen wat er is gebeurd. Ze is verongelijkt. Haar behoefte is nog steeds: gezien en gehoord worden.

· Anne reageert daarop met verdriet, machteloosheid. Haar behoefte is: verbinding.

Beiden reageren vanuit hun emotie. Dat heeft ook een tandwiel-effect, maar het zorgt niet voor verbinding. De tandwieltjes van de emoties moeten verbonden worden met de tandwieltjes van de behoeften.

Anne had bijvoorbeeld kunnen reageren met: “Wow Marieke, ik zie dat je heel graag iets wilt vertellen en ik wil jouw verhaal graag horen. Ik merk ook dat je zo opgewonden bent dat je nog niet goed uit je woorden komt. Klopt dat?” Marieke zucht, wordt rustiger — haar behoefte om gehoord en gezien te worden is vervuld.

Anne kan dan verder gaan met: “Zullen we eerst even je jas en schoenen opruimen en de vloer schoonmaken? Dan drinken we daarna samen iets en kun jij je verhaal vertellen. Ik ben benieuwd!”

Zo worden zowel de behoefte aan orde en rust als de behoefte aan verbinding vervuld.

Het was ook mogelijk om de tandwieltjes op een later moment op de juiste plaats te zetten. Aan het einde van het verhaaltje zou Anne ook kunnen zeggen: “Je vond het vervelend, hè, dat ik in jouw verhaal zei dat je je spullen moest opruimen? Ik vond het ook vervelend dat ik zo reageerde.”

Marieke kijkt schuin op naar Anne en na een poosje vertelt ze wat ze op school heeft meegemaakt.

Er zijn altijd meer mogelijkheden!

 

Herken je dit? En merk je dat het lastig blijft om alle tandwieltjes draaiende te houden of weer in beweging te krijgen? Neem dan gerust contact op via het contactformulier op deze site of bel of app me op 0639426738.

← Terug naar overzicht

Spreuken

Vertrouwen

Wees nooit bang om een onbekende toekomst toe te vertrouwen aan een bekende God. Corrie ten Boom

Ken Hem in al je wegen, dan zal Hij je paden recht maken. Spreuken 3:6