Neem contact met mij op »

Patty, het bloemenmeisje

 

Patty is een meisje dat met bloemen kan toveren. Wat zij maakt, is zó bijzonder dat iedereen in het dorp het weet.
“Die Patty,” zeggen ze tegen elkaar, “zelfs met paardenbloemen maakt ze nog iets prachtigs.”

Die woorden doen Patty goed. Ze bloeit ervan op en blijft maar nieuwe creaties maken. Steeds meer mensen denken met haar mee.
“Tien kilometer verderop groeien nóg mooiere bloemen,” zeggen ze. “Je moet dat pad nemen, dat pad waar al die bloemen langs de weg staan. Als je dat blijft volgen, kom je vanzelf bij een plek vol schitterende bloemen. Daar kun jij vast iets ongelooflijks van maken.”

Patty hoeft dat geen twee keer te horen. Ze zet het op een rennen.

Na twee kilometer denkt ze dat ze beter andere schoenen had kunnen aantrekken, maar teruggaan doet ze niet. Ze rent door, haar voeten branden. Langs het pad ziet ze inderdaad prachtige bloemen, maar dat zijn niet de bloemen waar ze nu voor gaat. Nee, ze moet verder — naar die plek tien kilometer verderop.

Na vier kilometer merkt ze dat ze eigenlijk iets te eten had moeten meenemen. Maar ze duwt de gedachte weg. Doorgaan. Ze heeft een doel.

Na zes kilometer schiet er een scherpe steek in haar zij. Ze vertraagt, hijgend.
“Pfff… die tien kilometer blijven maar tien kilometer,” mompelt ze. De steek wordt erger.
“Maar doorgaan, Patty. Je hebt een doel.”

Tot het niet meer gaat. Haar lichaam protesteert, haar benen weigeren. Ze strompelt nog een paar passen en zakt dan uitgeput neer in het gras, precies tussen de bloemen langs de weg.

Allerlei vragen gaan door haar hoofd. Waarom lukt het me niet? Ik heb toch een doel? Maar kan ik dat ooit bereiken? Wat zullen mensen van mij denken als ik nooit bij die bloemen kom? Ze denken zo goed met me mee… Ga ik hen teleurstellen? Waar ben ik eigenlijk?

Wat verwezen kijkt ze om zich heen. Daar zit ze dan. Haar voeten doen pijn en ze lijkt wel uitgehongerd. Is hier ergens water? Haar keel is zo droog.

Dan ziet ze iemand aankomen. Misschien kan hij haar vertellen waar ze iets te eten en te drinken kan kopen. Zelf heeft ze niets gezien; ze was zo gefocust op haar doel.

De man blijkt ook een lange wandeling te maken. Hij vertelt hoe hij ertoe gekomen is om op pad te gaan. Hij vond het belangrijk om voldoende water mee te nemen. Hij heeft nog een onaangebroken flesje bij zich en geeft dat aan Patty. Na een gezellig gesprek gaat hij weer verder. Hij zegt nog:
“Vergeet niet om je heen te kijken, hè?”

Patty knapt op van het water en kan weer een beetje helder nadenken. Hoe kan het dat die man, die ook al zo’n eind gelopen heeft, nog zo vitaal is? Hij zag er ontspannen en vriendelijk uit. Dat blijkt ook wel uit het feit dat hij haar een flesje water gaf.

Hij zei nog iets: “Vergeet niet om je heen te kijken.” Wat zou hij daarmee bedoelen? Ze heeft toch een doel — wat heeft de omgeving daar mee te maken?

Toch kijkt ze eens goed om zich heen en ziet prachtige grassen en bloemen. Wow, dat ze dat niet eerder zag! Ze plukt er een paar en maakt er als vanzelf iets moois van. Ze besluit het mee te nemen en onderweg er iemand blij mee te maken als de gelegenheid zich voordoet.

Dan komen er meer ideeën in haar op. Ze gaat nog steeds richting haar doel, maar niet meer als een jekko. Nee, ze weet wat ze gaat doen: ze wandelt. Misschien komt ze dan vanzelf langs een winkeltje waar ze iets te eten kan kopen. En als haar voeten weer pijn gaan doen, gaat ze even zitten om uit te rusten. Dan kunnen er ook nieuwe ideeën ontstaan.

Zo gezegd, zo gedaan. Ze staat op en gaat met nieuwe moed en frisse zin weer op pad.

Herken je dit?

Je bent zó gemotiveerd. Je werkt hard en anderen prijzen je, waardoor je nog meer wordt aangespoord. Recht op je doel af. Je identificeert je bijna met je doel en het bereiken daarvan.

Zelf ben ik ook jarenlang vooral doelgericht en resultaatgericht bezig geweest. Dat heeft me veel gebracht. Totdat ik iemand hoorde spreken over procesgericht leven. Mijn hersenen moesten flink kraken voordat ik daar iets in zag. “Wat bedoel je?”

Maar nu ik daar meer oog voor heb, is mijn leven relaxter. Ik zie beter wie ik ben, wat ik mag doen en wat ik nodig heb. Ik hoop zo ook meer oog voor anderen te hebben. Het hoeft niet snel, snel. Ik merk ook meer ontspanning in mijn lichaam. De weg naar mijn doel is minstens zo waardevol als het bereiken ervan. En ik kan beter ontvangen wat onderweg tot me komt. De verwondering groeit.

Wil jij dit pad ook bewandelen? En kun je iemand gebruiken die een stukje met je meeloopt?
Neem dan contact met me op via het contactformulier of bel/app me: 06 39426738.

 

← Terug naar overzicht

Spreuken

Ken Hem in al je wegen, dan zal Hij je paden recht maken. Spreuken 3:6

Vertrouwen

Wees nooit bang om een onbekende toekomst toe te vertrouwen aan een bekende God. Corrie ten Boom